Plaats muis hier even voor:                                                       Lydia de purperverkoopster uit Thyatira1.                                                                                           Voorlezen

Hoe zij heette toen ze nog in Thyatira woonde weten we niet. Wel dat ze sinds ze in Filippi woonde Lydia heette. Niet zelden noemden ze haar Lydia uit Thyatira. Want zij was, zoals wij dat in onze tijd zouden zeggen, een Turkse allochtoon. Geboren in Klein Azië, het Turkije van toen, en getogen in Thyatira een welvarend stadje in de provincie Lydië. Vandaar haar naam Lydia.

Met de toevoeging van Thyatira had ze duidelijk moeite. Het herinnerde haar aan de vaak seksistische offerfeesten van haar gilde van de ververs die purperen verfstoffen uit de meekrapwortel maakten en die verkochten2. Aan die feesten dankte het stadje haar naam. Thyatira, stad van offers. Wat haar betreft paste die andere betekenis van Thyatira  beter: plaats van geur van ellende.3

Sinds ze was overgegaan naar het jodendom, wilde ze niet meer aan die offerfeesten meedoen. Maar het viel niet mee om als lid van het verversgilde je te onttrekken aan de offerfeesten. Dat bleek later wel uit de brief die de apostel Johannes op Patmos aan de gemeente in Thyatira moest sturen4. Van die brief had Lydia overigens nog geen weet toen ze besloot te verhuizen naar Filippi in Macedonië.  

Lydia had een goede reden naar Filippi te gaan. Het afzetgebied voor haar kleurstoffen was daar veel beter dan in Thyatira. Filippi lag aan de grote handelsweg van Europa naar Azië, terwijl Thyatira aan de rustige weg van Pergamon naar Sardes lag5. Bovendien woonden in Filippi  veel gepensioneerde Romeinse soldaten. De stad had zelfs een Romeins bestuur6. Voor de vermogende Romeinse pensionado’s waren purperen mantels een gewild artikel. En waren haar kleurstoffen dus ook een gewild artikel.

En dan was er nog wat. Lydia had gehoord dat er in Filippi een groepje Romeinse vrouwen was die zich bekeerd hadden tot de Joodse godsdienst. Dat alleen vrouwen zich bekeerden gebeurde wel meer. Dat was volgens Flavius Josephus ook in Damascus gebeurd7. Lydia voelde zich dus helemaal thuis in Filippi. Zakelijk maar bovenal geestelijk.

Elke sabbat ging ze met de vrouwen naar een gebedsplaats bij de Grenides, een riviertje op zowat 800 meter van Filippi8. Een eigen gebouw, een synagoge, hadden ze niet. Daarvoor was hun groepje gelovigen te klein. Eens waren op een sabbat twee mannen op de gebedsplaats verschenen9. Eén van die mannen, een zekere Paulus, vertelde hen over Jezus van Nazaret10. Jezus, de Zoon van God die naar de wereld kwam om ieder die in Hem gelooft te redden11. Dat is pas leven, eeuwig leven12. En toen gebeurde een wonder: God opende Lydias hart13. Maakte ruimte voor de woorden van Paulus14 en daarmee de woorden van God15, en voor Zijn liefde16. Lydia werd een ander mens17. Wilde daarom gedoopt worden in het riviertje dichtbij18. Wilde meer horen over haar Redder. Bood Paulus daarom gastvrij onderdak in haar huis19.

Vreemd eigenlijk dat Paulus in zijn groeten aan mensen die zich later bij de gemeente van Filippi voegden Lydia niet noemt20. Was ze toch weer naar Thyatira teruggegaan? Om daar van Jezus te vertellen?

 ---------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------

1 Lydia staat ook bekend als Lydia de purpurverkoopster. Daarbij moeten we denken aan een purperen kleurstof die men maakte uit de wortels van de meekrapwortel.

2 Ontleend aan de uitleg op www.Biblicaltraining.org

3 Thyatira betekent volgens www.christipedia.nl geur van ellende

4 Openbaring 2 vers 18-29 en met name vers 20: Maar dit heb Ik tegen u: u laat die Izebel, die zichzelf profetes noemt, haar gang gaan terwijl ze mijn dienaren met haar uitspraken tot ontucht en tot het eten van offervlees verleidt.

5 Ontleend aan International Standard Bible Encyclopedia

6 Handelingen 16,12a: Van daar reisden we naar Filippi, een belangrijke stad in dat deel van Macedonië. In deze stad, die volgens Romeins recht wordt bestuurd.

7 Flavius Josefes vertelt in Bellum Judaïcum II blz 559-561 hoe de vrouwen van de Romeinen in Damascus bijna allemaal tot het jodendom waren overgegaan. De joodse religie had voor de Grieks-Romeinse wereld grote aantrekkingskracht op vrouwen.

8 Op 2 kilometer afstand van Filippi stroomt nog een rivier, de Gangites. Maar voor de vrouwen die de joodse wetten volgden was dat verder dan de sabbetsreis van 880 meter. Zij gingen daarom naar de kleinere rivier, de Grenites (Ontleend aan Dr John van Eck, Handelingen. blz 347)

9 Handelingen 16,13a: Op sabbat gingen we de stadspoort uit in de richting van de rivier, naar de plaats waar gewoonlijk werd gebeden.

10 Handelingen 16,13b: We gingen zitten en spraken de vrouwen toe die daar bijeen waren gekomen. 

11 Johannes 3,16a: Want God had de wereld zo lief dat Hij zijn enige Zoon heeft gegeven, opdat iedereen die in Hem gelooft niet verloren gaat

12 Johannes 3,16b: maar eeuwig leven heeft.

13 Handelingen 16,14: Een van onze toehoorsters was een vrouw uit Tyatira ….; ze heette Lydia en vereerde God. De Heer opende haar hart.

14 Handelingen 16,14b: De Heer opende haar hart voor de woorden van Paulus.

15 In Johannes 8 vers 37 lezen we dat Jezus de Joden in de tempel verweet dat zij Hem wilden doden omdat er in hen geenruimte was voor Zijn woorden. (Johannes 8,37b: Toch wilt u Mij doden, omdat er in u geen ruimte is voor wat Ik zeg.)

16 Romeinen 5,5b: Gods liefde in ons hart is uitgegoten door de heilige Geest

17 2 Korintiers 5,17:  Daarom ook is iemand die één met Christus is, een nieuwe schepping. Het oude is voorbij, het nieuwe is gekomen.

18 Handelingen 16,15a: Nadat zij en haar huisgenoten waren gedoopt,

19 Handelingen 16,15: Nadat zij en haar huisgenoten waren gedoopt, nodigde ze ons uit met de woorden: ‘Als u ervan overtuigd bent dat ik in de Heer geloof, neem dan bij mij uw intrek.’ Ze drong er bij ons sterk op aan.

20 Lees daartoe Filippenzen 4 maar eens